Infobord kasteel Nieuwerkerken

Gebouwd in Maaslandse stijl, meer bepaald in Maaslandse Renaissance, is het kasteel een gesloten geheel uit de 17de en 18de eeuw. Sporen van de omringende grachten zijn nog duidelijk zichtbaar aan de voorzijde. De sluitsteen in de poort van de ruime dwarsschuur verwijst naar 1734. De stal behoort tot de oudste delen, de sluitsteen in een deur geeft het jaartal 1648 weer.

Voorlopig blijft onze kennis van de bezitsgeschiedenis van het kasteel van Nieuwerkerken beperkt tot de 19de en 20e eeuw. De oudste, met zekerheid gekende, bezitter van het kasteel van Nieuwerkerken is Eugène de Stembier, zoon van Etienne de Stembier de Wideux en Maria de Sluse. Hij bezat het goed omstreeks 1845, toen in Nieuwerkerken de eerste kadastrale plannen opgesteld werden. Eugène de Stembier en zijn echtgenote Stéfanie Van Willigen hadden één dochter, Marie de Stembier, die huwde met Paul de Brigode de Kemlandt. Marie de Stembier en haar echtgenoot overleden kinderloos en lieten het kasteel van Nieuwerkerken na aan Carl de Moffarts. Vervolgens vererfde het domein op zijn oudste dochter Marie-Edmée de Moffarts, echtgenote van Alain de Massol de Rebetz. Het kasteel wordt nu bewoond door de familie Moreau de Bellaing-de Massol de Rebetz.

Kleine anekdote: Er wordt gezegd dat de laatste zuster van Nonnen-Mielen in het kasteel overleed en dat een deel van de relieken van Nonnen-Mielen via Nieuwerkerken hun weg vonden naar het klooster van de Redemptoristen op de Steenaartberg in Sint-Truiden.